Van toilet naar douche
Waarom wonen aan boord begint bij ruimte, techniek en realistische keuzes
Een badkamer bouw je niet omdat het kan, maar omdat je er elke dag afhankelijk van bent. Toen ik dit schip kocht, wist ik dat meteen. Ik ga er niet mee op vakantie, ik ga er op wonen. En wonen aan boord betekent dat je jezelf niet voortdurend wilt aanpassen aan je schip, maar andersom.
Het schip is een stalen, custom build Molenmaker & Mantel kotter van 12,5 bij 4 meter. Degelijk gebouwd, veel volume, maar in het achterschip zat slechts een toiletruimte. Geen douche. De beschikbare stahoogte was ongeveer 1,80 meter.
Dat klinkt misschien acceptabel om je te verplaatsen maar niet om comfortabel te douchen. Dat is geen mening, dat is fysica. Water valt naar beneden, een douchekop hangt boven je hoofd en jij wilt rechtop staan. Je kunt bukken, improviseren, jezelf aanleren om het ‘handig’ te doen, maar ontspannen wordt het nooit. Aan iets wat je elke dag gebruikt, doe je geen concessies. De conclusie was helder: zonder extra hoogte zou dit nooit een echte badkamer worden.

Hoogte is geen detail, maar een randvoorwaarde
Veel verbouwingen die aan boord worden gedaan, proberen een probleem op te lossen binnen de bestaande ruimte. Slimme indelingen, compacte oplossingen, creatieve compromissen. Dat kan werken, tot een bepaald punt.
De vraag werd dus niet hoe ik een badkamer zou bouwen, maar of ik bereid was het schip fundamenteel aan te passen. Ik koos voor een dakverhoging van het achterdek. Een dakverhoging is geen cosmetische ingreep. Het is constructief, onomkeerbaar en alles wat daarna komt, bouwt voort op die beslissing.
Na die ingreep is de stahoogte nu net geen twee meter. Op papier lijkt dat verschil beperkt, maar in de praktijk verandert alles. Je staat rechtop, de douche voelt normaal, ventilatie werkt beter en de ruimte gedraagt zich ineens als een kamer en niet als een noodoplossing. Vanaf dat moment kon ik pas echt verder met het ontwerpen van de badkamer.

Vanaf nul denken: leidingen, logica en onzichtbare keuzes
Wat ik bij de verbouwing heb onderschat, is hoe weinig je soms kunt hergebruiken. In mijn geval moest al het leidingwerk naar de badkamer nog worden aangelegd. Dat was geen luxe, maar het directe gevolg van een bewuste keuze: het toilet moest een zelfstandig systeem blijven.
Er liep nog geen waterleiding vanaf de watertank naar de achterkajuit. Er was geen afvoer. Niets kon logisch worden ‘aangehaakt’. Alles moest opnieuw worden opgezet, vanaf de bron.
Ik wilde geen zichtbare leidingen, geen tijdelijke oplossingen en niets dat later alsnog in de weg zou zitten. Daarom koos ik ervoor om alle leidingen onder de vloer te laten lopen. Op papier logisch, maar in een stalen schip is dat allesbehalve vanzelfsprekend.
Onder de vloer lopen stalen spanten en verstevigingen die onderdeel zijn van de constructie. Dat betekent dat je niet om het staal heen werkt, maar erdoorheen. Voor elke leiding moest worden nagedacht: waar kan ik veilig door het staal boren? Welke diameter? Hoe bescherm ik de buis? En wat betekent dit voor onderhoud later?
Je boort niet achteloos gaten door constructief staal. Maar het alternatief, leidingen zichtbaar of half weggewerkt, was voor mij geen optie.

Leidingwerk: keuzes die je later niet meer ziet
Voor het leidingwerk heb ik overal gekozen voor een 16 mm multilaags buis. Die maat is overzichtelijk, biedt voldoende capaciteit en laat zich goed verwerken in een compacte scheepsomgeving waar beweging onvermijdelijk is. Een multilaags buis combineert flexibiliteit met vormvastheid en is beter bestand tegen beweging en temperatuurverschillen dan traditionele koperen leidingen.
Alle verbindingen zijn uitgevoerd met perskoppelingen. Met een speciale perstang worden deze permanent vastgezet. Als een persverbinding eenmaal correct is gemaakt, komt deze, in de praktijk, niet meer los. Een geruststellende gedachte op plekken waar je later niet eenvoudig bij kunt.
Een perstang kopen is voor een eenmalige klus zonde; een eigen exemplaar kost al snel honderden euro’s. Bij de lokale leverancier van mijn leidingwerk kon ik een perstang huren voor €25,- per dag. Daarmee was het hele systeem in één keer degelijk aan te leggen.
Een accumulator (drukvat) zorgt ervoor dat de waterdruk constant blijft en de pomp niet bij elke kleine handeling aanslaat. Het is iets waar je pas bij stilstaat als het ontbreekt. Met een accumulator blijft de waterdruk stabiel, schakelt de pomp minder vaak en voelt het systeem rustiger en meer “huiselijk” aan. Het is geen zichtbaar onderdeel, maar wel een van de keuzes die dagelijks het verschil maakt.

Het toilet bewust losgekoppeld
Het toilet is bewust geen onderdeel geworden van het drinkwatersysteem. Spoelen gebeurt met buitenwater en de afvoer is apart uitgevoerd. Dat beperkt het drinkwaterverbruik, vermindert storingsgevoeligheid en voorkomt onaangename geurtjes.
Door het toilet als een zelfstandig systeem te behandelen, blijft de rest van de badkamer overzichtelijk en betrouwbaar. Het doet wat het moet doen, zonder aandacht te vragen.

Elektra: denken vanuit het boordnet
Ook bij de elektra is vanuit de basis gedacht. Het boordnet is 24 volt en daarom is ook de verlichting volledig op 24V uitgevoerd.
Veel ledverlichting werkt intern al op 12 of 24V; bij huishoudelijke lampen zit daar alleen een transformator tussen. Door de verlichting direct op 24V aan te sluiten, blijft de basisverlichting werken als de omvormer uitvalt en voorkom je onnodige omzetverliezen.
Dat vraagt wel aandacht bij de keuze van armaturen: niet elke laagspanningsled is geschikt voor 24V.
Dankzij een goede omvormer, zonnepanelen en een groot accupakket heb ik ook 230V-aansluitingen, sommige uitgevoerd met waterbestendige stopcontacten op logische plekken. Handig voor kleine gebruikers zoals een elektrische tandenborstel of scheerapparaat.
Voor de bekabeling is overal neopreen kabel van voldoende diameter gebruikt: soepel, goed bestand tegen trillingen en geschikt voor gebruik aan boord. Elektra kun je grotendeels zelf doen. Twijfel je over aansluitingen, dan kun je in ieder geval zelf de kabels trekken, dat scheelt werk en kosten.

Wat kun je zelf doen, en wat kun je beter laten doen?
Een badkamer bouwen aan boord nodigt uit tot zelf doen. En veel kan ook echt zelf, mits je weet waar je grens ligt. De kunst is niet alles zelf te willen doen, maar weten waar vakmanschap onmisbaar is.
Constructief werk: durf hulp in te schakelen
De dakverhoging is daar een goed voorbeeld van. Dit is geen klus die je ‘erbij’ doet. Het gaat om constructie, krachten en veiligheid.
In mijn geval had ik het geluk dat mijn buurman scheepslasser is geweest. Samen hebben we de dakverhoging gerealiseerd. Zelfs als je kunt lassen, is dit een vak apart. De toleranties, materiaalkeuze en manier waarop krachten worden opgevangen zijn fundamenteel anders op een schip dan bij standaard laswerk.
Voor deze klus is samenwerken of uitbesteden aan een specialist een rationele en verstandige keuze.
Leidingwerk: zelf doen mag, maar alleen met zekerheid
Het leidingwerk heb ik deels zelf gedaan, maar niet zonder begeleiding. Een ervaren loodgieter hielp bij de opzet en kritische aansluitingen. Daarna heb ik het systeem zelf verder opgebouwd.
Mijn stelregel hierbij is simpel: twijfel je ergens over, laat het doen.
Niets is zo vervelend als een lekkage die pas zichtbaar wordt als alles dicht zit. Verborgen problemen aan boord kosten uiteindelijk altijd meer tijd, geld en frustratie dan het inschakelen van vakkennis op het juiste moment.
Niet alles hoeft nautisch te zijn of via een watersportwinkel te koop
Wie een schip verbouwt, komt al snel in een andere mindset terecht dan bij een huis. Ja, je werkt in een ruimte met meer condens. Ja, alles beweegt. En ja, sommige systemen zijn echt scheepsspecifiek.
Maar tegelijk zijn de overeenkomsten met een woning, caravan of camper groter dan vaak wordt gedacht. Zeker wanneer je een schip niet alleen gebruikt om te varen, maar er ook daadwerkelijk op woont. Dat betekent dat lang niet alles ‘nautisch’ hoeft te zijn, en zeker niet per se uit de watersportwinkel hoeft te komen.
Veel installaties aan boord zijn wél specifiek voor gebruik op een schip, zoals:
- de boiler
- de waterpomp
- de douchepomp
- de accumulator
Het verschil zit daarbij vaak niet in het product, maar in waar je het koopt. De watersportwinkel is vaak automatisch de eerste keuze, maar niet altijd de meest voordelige, en soms ook niet de meest logische, optie.
Online is veel te vinden maar ook in de bouwmarkt zijn regelmatig geschikte alternatieven of onderdelen te krijgen. Denk aan:
- koppelingen en appendages
- leidingwerk
- isolatiematerialen
- bevestigingsmaterialen
- afdichtingen en kitten
Mits je weet waar je op moet letten en specificaties vergelijkt, zoals werkdruk, temperatuurbereik, materiaalsoort en geschiktheid voor vochtige ruimtes, is de kwaliteit vaak identiek.
In mijn geval zijn deze installaties dan ook niet allemaal via de watersportwinkel aangeschaft, maar via andere kanalen waar dezelfde technische kwaliteit werd aangeboden, tegen een realistischer prijs. Niet omdat het ‘goedkoper moet’, maar omdat het logisch is verder te kijken dan het label nautisch.
De belangrijkste les:
‘even verbouwen’ bestaat niet

Tweedehands: onderschat de markt niet
Een vaak vergeten bron is de tweedehandsmarkt. Op Marktplaats en in Facebook-groepen voor watersporters worden regelmatig uitstekende onderdelen aangeboden. Veel booteigenaren veranderen hun eisen, verbouwen hun schip of verkopen hun boot en houden dan prima bruikbare spullen over.
Zo kocht ik via Marktplaats een zo goed als nieuwe boiler, omdat de vorige eigenaar overstapte op een geiser. Technisch perfect, nauwelijks gebruikt en een fractie van de nieuwprijs. Het loont om daar regelmatig te kijken, niet uit zuinigheid, maar uit gezond verstand.
Samengevat: bouwen met verstand
Achteraf gezien draaide het voor mij steeds om drie vragen:
- Is dit constructief of veiligheidskritisch?
→ laten doen of samen doen - Kan ik dit controleren en testen?
→ zelf doen - Kan ik dezelfde kwaliteit slimmer inkopen?
→ vergelijken loont
Wie zo bouwt, bespaart niet alleen geld, maar vooral problemen op de lange termijn.

Wat dit project me tot nu toe leerde
Misschien wel de belangrijkste les: ‘even verbouwen’ bestaat niet als je het goed wil doen. Zeker niet aan boord. Elke keuze werkt door in alles wat daarna komt.
De volgorde maakt of breekt je succes. Eerst nadenken, dan pas maken. Niet andersom. Met logisch nadenken kom je al een heel eind, mits je begrijpt waarom je iets doet.
Een andere les was dat niet alles direct naadloos hoeft te zijn. Sterker nog: op een boot is dat vaak niet wenselijk. Een schip werkt. Het zet uit, krimpt, beweegt en leeft.
Wordt vervolgd
De badkamer is technisch grotendeels gerealiseerd, maar nog niet af. In een vervolgartikel ga ik in op de afwerking, materiaalkeuzes en de vraag hoe vergevingsgezind materialen moeten zijn in een ruimte die beweegt.
Over Sander
Sander (40) zeilt al sinds zijn zesde. Wat begon in de Optimist groeide uit tot een leven op en rond het water. Hij werd zeilinstructeur, bracht jarenlang elke zomer door op de zeilschool en ontwikkelde een duidelijke voorliefde voor open zwaardboten, vanwege het directe contact met het water.
Ook in zijn werk komt de voorliefde voor zeilen terug. Sander was betrokken bij SAIL Amsterdam, waar hij meewerkte aan de nautische organisatie op het
water.
Elf jaar lang woonde hij in Zwolle op een woonark. Die periode is inmiddels afgerond, maar het verlangen om op het water te wonen bleef. Omdat de omgeving zich minder leent voor zeilen, viel de keuze uiteindelijk op een motorboot: praktisch, ruim en geschikt om er echt op te leven.
Sander is een handige klusser met ervaring in bouwen en verbouwen, maar had vóór dit project geen ervaring met het verbouwen van schepen. In dit artikel deelt hij zijn persoonlijke keuzes en leerproces, niet als professional, maar als gebruiker. Er is daarbij geen absolute goed of fout; iedere boot, ieder gebruik en iedere eigenaar is anders. Met dit verhaal hoopt hij anderen inzicht te geven in de afwegingen die komen kijken bij wonen en bouwen aan boord.
De volledige verbouwing is te volgen
via Instagram: @thehyggeboat.





