Het is een feest om op avontuur te gaan
Wie De kapitein en ik heeft gelezen, weet hoe bijzonder het verhaal van schrijfster Astrid Pascal is. Na een eerdere recensie wilden wij haar persoonlijk ontmoeten. We nodigden haar uit voor een openhartig gesprek.
Astrid is begin vijftig als ze, na een scheiding, via een datingsite Hans ontmoet. Eerst mailen ze. Dan bellen ze, een maand lang, elke avond een uur. Foto’s wisselen ze niet uit. Dat vindt Astrid te spannend.
Na hun eerste ontmoeting zijn ze onafscheidelijk. Alsof ze gelijk al oude vrienden zijn, met dank aan de vele telefoontjes. Al snel volgt de vraag: “Ik ga de wereld rondzeilen. Ga je mee?”
“Ik voelde me sinds lange tijd weer blij en gelukkig,” zegt Astrid. En dacht “als dit nodig is om jou gelukkig te maken, dan ga ik graag met je mee. Ik kon dan wel niet zeilen, maar wilde met alle plezier helpen. Eigenlijk zei ik niet ja tegen de oceanen, maar tegen de liefde!”
Het plan was aanvankelijk een oceaanoversteek. Maar de reis groeide. Omdat ze het samen fijn hadden. Elke zes weken evalueerden ze: vinden we dit nog fijn? Het antwoord bleef ja. Dus zeilden ze verder.
Durf te leven
Achteraf was het misschien niet verstandig om zonder ervaring te vertrekken.
“Maar als ik precies had geweten waar ik aan begon, was ik waarschijnlijk nooit gegaan, haha. En dan was ik ook nooit geworden wie ik nu ben. Mijn advies als iets onverwachts op je pad komt: doe het. Leef.”
Ze zou het niet iedereen aanraden. En tegelijk juist wel. Mits je moed hebt, en de juiste persoon aan je zijde hebt. Dat zijn voorwaardes.
“Als je altijd de gebaande paden volgt, krijg je wat je altijd hebt gekregen. Dan ontneem je jezelf wat er óók kan zijn.”

Lugubere voorbereiding
Ze volgden cursussen: EHBO aan boord, cursus goed zeemanschap, sea survival. Astrid las daarnaast alles over rampscenario’s. “Als anderen dertig dagen in een reddingsvlot kunnen overleven, dan zo redeneerde ik, moeten wij dat ook kunnen, toch?”
In de grab bag zat visgerei, 3 maand noodvoeding, een handwatermaker, een zak met 100 snoepjes (goed voor de speekselklieren), een boek om aan elkaar voor te lezen en een satelliettelefoon. Astrid had een bijzondere manier van voorbereiden. “Ik wilde ten eerste twee vlotten. Een nieuwe en de oude.” En verder las ze zich grondig in: niet over zeilen, maar over hoe te overleven in geval van nood. Hoe gruwelijker de verhalen die ze tegenkwam, hoe beter. “Als dit het ergste was, dan wist ik tenminste waar ik me op moest voorbereiden. Dat gaf rust, bizar genoeg.”
Ze was zich ook bewust van haar verantwoordelijkheid als moeder van drie jongvolwassen dochters. Vertrekken was haar keuze, haar avontuur, haar nieuwe leven. De meiden stonden al redelijk stevig op eigen benen. Dat was nodig om los te kunnen laten. Zowel land als het moederschap. “De wereldomzeiling kwam precies op het moment dat ik met het lege-nestsyndroom worstelde, peinst ze. Door te vertrekken gaf ik hen ook de ruimte om zichzelf vrijelijk te ontwikkelen zonder dat ik over hun schouders meekeek.”

Wat als…
Ze spraken over noodscenario’s. Kon Astrid het schip alleen naar land varen als er iets met Hans gebeurde? Hij gaf haar vertrouwen en navigeren leerde ze vlot. En de boot was altijd bijzaak in een noodgeval. Veilig aan land komen is het enige wat telt bij nood. Zet Zwerver maar op ’t strand, zei Hans, maar vergeet dan niet de kiel op te halen! Ze glimlacht bij de herinnering. Daarbij, ze hadden een satelliettelefoon. Het kwam altijd goed, verzekerde hij haar. Ze liet zich gemakkelijk geruststellen.
“Ik zag de beren op de weg niet eens. Ik wist niet dat ze er waren. Ik dacht dat oceaanzeilen hetzelfde was als zeilen op een meertje. Niet dat ik ooit een meertje had overgevaren trouwens. Mijn eerste sluizen waren de sluizen van het Panamakanaal.”
Nu weet ze beter. En toch: “Ik kan niet wachten op een nieuw avontuur.”
Aan boord
Met hun Koopmans 48 Zwerver zeilden Astrid en Hans 40.000 zeemijl. Astrids favoriete plek? Het pilothouse. Hoog en droog. Veilig bij zwaar weer, en schaduwrijk als de koperen ploert zwaar drukte. De kapitein staat altijd liever buiten, in de elementen. Ze miste weinig. Alhoewel – achteraf – een vierkante koekenpan. “Dat geworstel met ronde pannen op een klein fornuis! Maar eigenlijk ben ik niet van het missen. Ik ben altijd dankbaar voor wat er wel is.”
Vrijheid in beperking
Het leven aan boord beviel haar enorm. De kleine ruimte gaf juist ruimte. “In de beperking zat vrijheid.”
Geen agenda’s, geen sociale verplichtingen, geen verwachtingen. Alleen zee, lucht, wind, vliegende vissen, dolfijnen en walvissen. Ze genoot van het grote niets. Van tijd en ruimte. Van vluchtige, warme ontmoetingen met andere zeilers. “Ik ben van bootjesmensen gaan houden.”
En van de natuur. “Wat is onze planeet mooi. We zouden er zuiniger op moeten zijn.”
Wereld verkennen vanuit eigen kleine planeetje
Wat haar het meest bijbleef: “het oneindig verschuivende licht. De zonsondergang, de sterrenhemel, het ochtendgloren, zonsopkomst en dan altijd weer die overdonderende sterrenhemels. Daar krijg je nooit genoeg van. Het laat je buitengewoon levendig voelen. Rijkdom krijgt dan een heel andere betekenis.
Je voelt je nietig onder die lichtkoepel, en tegelijk deel van iets groots. Je bent op zulke momenten echt onderdeel van het heelal. In de eenvoud zit de rijkdom. Ik hou ervan de wereld te verkennen vanuit mijn eigen kleine planeetje: Zwerver.”

De cactus kwam tot bloei
Dankzij Hans ontdekte ze dat ze meer ruimte mocht innemen. Minder meegaand hoefde te zijn. Meer zichzelf mocht worden. “Naarmate de mijlen vorderden, kwam er een cactus in mij tot bloei. Kleine stekeltjes. Ook op mijn tanden.” Hans spiegelde haar dat haar mening evenveel waard was als de zijne.
“Eigenlijk ben ik pas echt geëmancipeerd geworden met toestemming van mijn eigen man,” schatert ze.
Zijn jongensdroom was de wereld rond. Haar cadeau was dichter bij zichzelf komen.
Niet alles is leuk
Zeeziekte. Iedere keer opnieuw wennen na een paar dagen aan land. “Voordeel: je blijft op gewicht.” Ze giechelt. Astrid miste wel vrouwen om zich heen. “Ik ben een vrouwen-vrouw.” Dus bood ze in havens koffie aan vrouwen in de washokken. Dat leverde bijna altijd een leuk gesprek op. “Daar had ik gewoon regelmatig behoefte aan, even kletsen met andere vrouwen. Dit systeem werkte uitstekend!”
Het boek
In De kapitein en ik beschrijft Astrid de bestemmingen nauwkeurig, met historische en geografische context, vaak gevoed door Hans’ encyclopedische kennis van maritieme geschiedenis. Hij kent kaarten en atlassen van voor tot achter. Zij geeft woorden aan beleving. Ze schreef onderweg op een oude iPhone. Niet met het plan een boek uit te geven. Hooguit voor haar zussen en dochters. Daardoor is het boek ‘De kapitein en ik’ heel ongefilterd, rauw en eerlijk geworden. De rest is geschiedenis.
Geen echte zeiler
Astrid noemt zichzelf nog steeds geen echte zeiler. “Ik hou van wachtlopen, van de horizon bewaken, van zorgen dat Zwerver veilig is. Hans bedient de zeilen gedachteloos. Hij proeft de wind op zijn lippen en handelt. Ik moet altijd eerst hard nadenken met die grote lappen zeil.” Maar ze houdt van het water. En van avontuur. Dat is duidelijk.

Snorrie
Hun belangrijkste relatietip: Snorrie. Een alternatief voor sorry zeggen als dat even niet lukt. Het betekent: ik ben je welgezind, en ik sluit bij je aan, ook al begrijp ik je niet helemaal. Zand erover. Ook op zee moet er soms zand over. Misschien wel juist.
Maak dingen klein. Laat ze niet doorgroeien tot kielhalen. “Je relatie is ook een schip. Dat vraagt ook aandacht en onderhoud.” Elke zes weken evalueerden ze. Daardoor blijf je op dezelfde pagina. En laat verschillen er juist zijn. Dáár zit de dynamiek. En dat maakt het bijna altijd hartstikke gezellig aan boord. En indien even niet, nou, dan komt snorrie vanzelf wel bovendrijven.
Dromen geven en nemen
Als twaalfjarige zei Astrid al: ooit schrijf ik een boek. Dat die droom uitkwam rond haar zestigste had ze niet gepland. “Door Hans zijn droom te gunnen, kwam die van mij ook uit.” Geen gezamenlijke kinderen, daarvoor ontmoetten ze elkaar te laat. Maar ze gaven elkaar het uitkomen van hun dromen.
Nieuwe avonturen
Hans is 73. Ze zoeken nu een motorboot voor de komende tien jaar. Veilig, comfortabel. Hond Boot moet ook mee. Zwerver staat te koop. “Hij heeft zich zo waargemaakt. We gunnen hem een nieuw rondje om de wereld met een andere eigenaar. Hij is een echte bluewater held. Na verkoop begint de zoektocht voor een nieuw schip. Zwerver 2.0.” Het plan: een rondje Europa. Binnendoor naar de Zwarte Zee, via Turkije en Griekenland terug naar Gibraltar. Geschiedenis, water, ruimte.
En Astrid? Die pakt vast haar oude iPhone weer op. Met haar geliefde kapitein en hond Boot aan haar zijde. Hopelijk komt er een vervolg op De kapitein en ik.






Wat een prachtig verhaal van twee mensen die elkaar zo goed hebben gevonden. Zeilen kan zoveel moois brengen, dus ook een (h)echte relatie.