De magische Azoren
De Azoren staan bij sommigen op hun bucketlist, een plek waar je geweest moet zijn. Voor anderen is de eilandengroep niets anders dan de laatste haven voor je de oversteek maakt naar de nieuwe wereld of de eerste stop na vertrek uit de Carib. Een enkeling gelooft dat dit de overblijfselen zijn van het verzonken land Atlantis. Hoe dan ook de eilandengroep in het midden van de Atlantische Oceaan heeft een magische klank en aantrekkingskracht onder zeilers. Zo ook onder de cursisten van de Zeezeilers van Marken.
Voor mij kwam het door de tocht van Henk Bezemer in 1994, dat de eilanden mijn aandacht trokken. Henk zeilde solo met een waarschip 570 van Plymouth naar Faial (Horta) zonder navigatiemiddelen (log, kompas, sextant, elektronische navigatie). Bijna 20 dagen deed hij over de 1200 mijl. Nu vlieg je in 4 uur vanaf Schiphol naar Terceira, het rijkste en grootste eiland van de centrale eilandengroep. In de hoofdstad Angra do Heroismo, lag onze boot klaar. In deze Baai van de Heldenmoed begon ons eilandhoppen.
Azoren in het kort
De Azoren bestaan uit drie groepen van in totaal negen eilanden. De hoofdstad is Ponte Delgado op Sao Miguel, dat is in de oostelijke eilandengroep (Sao Miguel, Santa Maria). Ponte Delgado heeft de grootste haven met de meeste voorzieningen. De meest bekende haven is Horta op Faial, onderdeel van de centrale eilandengroep (Terceira, Graciosa, Faial, Sao Jorge en Pico). Horta is bekend vanwege de kade waar vertrekkers hun scheepsnaam/logo achterlaten en natuurlijk van Café Sport, het meeste bekende café van de Atlantische Oceaan. De meest westelijke eilandengroep bestaat uit twee eilanden (Corvo en Flores).
De Azoren hebben een gematigd zeeklimaat, de temperatuur schommelt tussen de 16 en 24 graden). Er is nauwelijks stroming, het getij is maximaal een meter, maar bereid je wel voor op een constante oceaandeining. Dat is toch een ander gevoel dan onze Noordzeegolven. Door het Azoren hoog is de wind vaak matig, al hadden wij net in de week dat we er waren, vooral te maken met een lagedrukgebied. Dat leverde meer wind op, maar af en toe ook meer nattigheid. De Azoren heten niet voor niets de groene eilanden.
Check je huurboot voor vertrek
In een week tijd bezochten we 4 van de 5 eilanden van de centrale groep (Terceira, Graciosa, Faial en Sao Jorge). Pico hebben we overgeslagen, de haven is niet ingericht op zeiljachten en ankeren wordt daar ontraden. Ankeren is sowieso een dingetje op de Azoren, maar daarover later meer. De eilanden zijn in redelijke dagtochten te bereiken, waardoor je in de avond nog tijd hebt om iets van het stadje te zien. Om iets meer van de natuur, cultuur en seismische activiteit(!) te zien hebben we twee keer een dag rust ingebouwd.

Angre, kerk en standbeeld
Angra do Heroisme is een levendige havenstad met een zichtbaar monumentaal verleden. Soms een beetje vergane glorie, de sfeer van luxe van weleer straalt van de gebouwen af. Voor ons was het vooral belangrijk dat we goed konden foerageren. De supermarkt is met een taxirit van 5 minuten te bereiken. Wel zo makkelijk met al die boodschappentassen. De bootcheck leverde een verrassend inkijkje in de lokale gebruiken. Op mijn vraag of er ook kaarten aan boord waren, liet de charteraar mij een paar wegenkaarten zien van de eilanden. Op ‘nautical charts’, reageerde hij met een grote glimlach: ‘We have a nautical plotter, better than charts!’. Uiteindelijk wist hij bij een andere boot zeekaarten van het gebied mee te krijgen. Een bijboot hoorde niet standaard bij de uitrusting. Niet nodig want er is altijd plek in de havens buiten het seizoen.
So far so good. De volgende ochtend vertrokken we bijtijds uit Angre (dat mag je na een dag zeggen) naar Graciosa, het kleinste eiland van deze centrale archipel. Hoog waren onze verwachtingen over wat we aan natuur en dierenleven tegen zouden komen. Maar dat we, nauwelijks op weg, al een grote school dolfijnen ontmoetten, dat hadden we niet verwacht. In de schaduw van Terceira werden we lang vergezeld door tientallen dolfijnen. Jonkies en oudjes speelden om onze boot.

Jules Bänffer
Verder bleef de oceaan grotendeels leeg, heel incidenteel een zeilschip en op de AIS een enkel stipje van een veerboot. Misschien waren we in mei te vroeg voor het seizoen? Het was overigens goed dat iedereen zijn complete zeilpak had meegenomen. Weliswaar liggen de Azoren op dezelfde breedtegraad als Zuid-Portugal, maar de gematigde temperatuur van het zeeklimaat in combinatie met de wind zorgen ervoor dat het er fris aanvoelt. Hou daar rekening mee, als je twijfelt aan wat voor kleding je mee moet nemen.
Afwijking van tientallen graden
De belangrijkste havens op de door ons bezochte eilanden hebben goede faciliteiten, een veilige aanloop en het belangrijkste: een goede golfbreker. Geen onnodige luxe met deze oceaan swell. Zo niet op Graciosa. De plek waar de moderne haven moet komen is in de toeristische gidsen al ingetekend, maar na jaren nog steeds in ontwikkeling. De enige beschutte plek waar je terecht kan is de vissershaven van Vila da Praia.
De aanloop van Vila da Praia wordt, net als die van de meeste andere havens, bepaald door de oceaandeining die er altijd staat en de krappe ingang. Het kleine vissershaventje wordt alleen gebruikt door lokale vissers (wij waren de enige zeilboot) en de visafslag is het belangrijkste gebouw. De voorzieningen zijn minimaal. We mochten gebruik maken van de toiletten van de vissers (netjes en schoon) maar voor het douchen moesten we naar een gebouw een eind buiten het haventerrein waar (ongelogen) een pijpje uit de muur stak waar alleen koud water uit kwam. Ik was te verbaasd om er een foto van te maken.

Graciosa

De nieuwe haven van Graciosa

Op ieder eiland moet je in- en uitklaren. Soms doe je dat bij dezelfde havenmeester waar je je ligplaats regelt, soms bij de douane een deurtje verder of zoals hier bij het politiekantoor, net naast de ingang van de haven. Ze zijn formeel en correct en bij ons heeft het nooit lang geduurd. Maar je moet het niet vergeten, want dan kunnen de formaliteiten veel meer tijd in beslag nemen.

Vila da Praia

Omdat we de volgende dag Horta op de planning stond en dat met een gentleman’s koers te bereiken was, gingen we vroeg op pad. Eenmaal buitengaats merkten we dat het magnetisch kompas verschillende koersen aangaf. Soms scheelde het tientallen graden met de GPS-koers, soms liepen beiden koersen gelijk op. Rond de Azoren kan je dat vaker merken. De eilanden liggen op de mid-Atlantische rug, de grootste bergketen ter wereld die voor het grootste deel onderwater ligt. Op enkele plekken komen de toppen van deze bergen boven zeeniveau uit, onder andere hier bij deze eilandengroep. De pilot vat deze afwijking samen in: ‘Local magnetic anomalies have been reported in several locations throughout the islands’. De vulkanische activiteit kan het aardmagnetisch veld beïnvloeden en dus ook je kompas. Irritant, maar als je het weet ook wel interessant om mee te maken en belangrijk om je navigatie op verschillende manieren te checken.
Bij het navigeren is misschien wel het belangrijkste waar je rekening mee moet houden de wind en het weer. De wind kan heel sterk variëren rond de eilanden en in de kanalen tussen de eilanden en je kan op één dag rustig drie, vier verschillende weertypes tegenkomen. Op het stukje van Graciosa naar Faial kregen we stralende zon, windstil weer en squalls met buien en vlagen van bijna 30 knopen. Dat laatste kwamen we tegen bij de nadering van Faial.
Café Sport
De aanloop van Horta had ik me anders voorgesteld. In de klassieker ‘Alleen met de Spray de wereld rond’, beschrijft Joshua Slocum zijn landfall (sorry geen Nederlands woord voor) van Faial in 1895: ‘Alleen zij die de Azoren van het dek van een schip hebben gezien, kunnen zich een beeld vormen van de schoonheid van de oceaan.’ (Hollandia, vertaling Karel Heijnen).
Wij hadden te maken met een druilerige regen, slecht zicht en een vlagerige wind. En eenmaal achter de golfbreker bleek dat de haven mutje vol was. Zelfs in de ruime en redelijk beschutte baai was er beperkte plek om te ankeren. De havenmeester die ons tegemoet kwam varen was onverbiddelijk. Ankeren was wat hem betreft de enige optie, maar zonder bijboot was dat voor ons geen aantrekkelijke keuze. Voor ons pakte het ankeren niet goed uit. Meerdere ankerpogingen terwijl de squalls maar over bleven komen, leverden vooral een krabbend anker en een vermoeide bemanning op. Even bijkomen aan de brandstofsteiger was een goed alternatief. Na overleg met de havenmeester was hij milder in zijn mening, een nacht in de hoek van de brandstofsteiger was geen probleem. Het gaf ons de gelegenheid om bij Café Sport ons verdiende steigerbiertje te halen en de sfeer van vertrekkers op te snuiven. Café Sport is echt the place to be en dat weten de gasten ook. Het gaat daar om zien en gezien worden. Je komt er gelijkgestemde zeilers tegen, maar geen lokale sfeer of cultuur. Daarvoor is de kroeg te veel verweven met het internationale zeilerspubliek dat graag vertrekt met een hoodie, polo, cap, sleutelhanger of koelkastmagneet van ‘The most famous pub in the Atlantic’.

Tekeningen op de kade

Pico in de wolken
Vulkaan Pico
De volgende dag was de keuze ankeren of naar een rustigere plek varen. Die keuze was snel gemaakt. Op een halve dag varen ligt Sao Jorge, het eiland van de steile kliffen en natuurlijke zwembaden tussen de lavarotsen. Maar ook het eiland waar die weken nog bijna elke dag seismische activiteit gemeten werd. Op de overheidswebsite over de de Azoren staat geruststellend te lezen: ‘We inform you that the situation on the island of São Jorge is under permanent monitoring by the competent authorities’. Interessant en spannend dus om dit eiland te bezoeken. Eerst nog wel in Horta de kademuren bewonderd waar bezoekende schepen hun kleurrijke logo’s en namen achterlaten. Overigens is het niet alleen op Horta, maar de bij de meeste eilanden kun je tekeningen of schilderijen -sommige zijn echte kunstwerken- tegenkomen op kademuren of golfbrekers. Het is een folklore geworden voor de zeilers die deze eilanden bezoeken.
Het dominante beeld in dit gedeelte van de archipel is de vulkaan Pico op het gelijknamige eiland. Pico is het hoogste punt (2351 meter) van de mid-Atlantische rug en is vaak gedeeltelijk in wolken gehuld. Als je gelukt hebt kun je net boven de wolkenkring de top van de vulkaan zien. Veel zeilers pakken de pont van Horta naar Pico om de berg te beklimmen, of in ieder geval van dichtbij te zien. De haven is voor ons soort schepen niet echt uitgerust. Een goede golfbreker is er niet, de Pilot waarschuwt voor slechte ankergrond en er is alleen een betonnen kade waar de veerboot aan aanlegt.
De verborgen schat Sao Jorge
Het werd dus Sao Jorge en daar hebben we geen spijt van gehad. Achteraf vond ik dit eiland de mooiste ontdekking van de week. De aanloop naar Velas, de grootste stad van dit eiland, is duidelijk aangegeven en goed beschut door indrukwekkend hoge rotsen. Eenmaal binnen blijkt de kleine haven midden in de stad te liggen wat de gelegenheid geeft om iets meer van de lokale sfeer mee te maken dan alleen maar het yachties leven. Het was rustig in de haven, de waarschuwingen over de seismische activiteit zorgde er voor dat veel zeilers uit voorzorg het eiland links lieten liggen. Jammer want Velas is een lief stadje waar de straten fraai zijn ingelegd met mozaïekpatronen en het heeft nog een aantal verborgen verrassingen. Niet iedereen weet dat in het lieve 16de eeuwse kerkje midden in het dorp een gouden altaar staat en een fraai beeld van de patroonheilige van het eiland: St. Joris. Op het dorpsplein naast een van de café’s staat een ingelegd tegeltableau dat herinnert aan de aardbeving van 1964 toen de meeste huizen aan de westkant van het eiland vernietigd werden en 5000 inwoners (meer dan de helft) geëvacueerd. Op een vulkanisch eiland is die angst nooit ver weg, al merk je dat meeste bewoners er gelaten mee omgaan: se Deus quiser (zo God het wil).
Wat je niet mag missen bij een bezoek aan Velas zijn de natuurlijke zwembaden die gevormd zijn door lavasteen. Ze staan in open verbinding met de zee, maar de grillige rotsformaties bieden een natuurlijke afscheiding voor de krachtige golven. En waar je zeker niet aan ontkomt zijn de ‘pratende’ vogels die tegen zonsondergang van de steile kliffen duiken en daarbij een afwisselend hoog en laag geluid maken, een soort rauw gekakel waarvan je pas begrijpt hoe het klinkt, als je het hoort. (Beluister het op Cory’s Shearwater: https://www.youtube.com/watch?v=3bZF_TmBMvM&ab_channel=YouTubeBirds)





Als hoogtepunt van de reis heb ik Sao Jorge ervaren, de rust, de natuur, de gave haven tussen de tientallen meters hoge kliffen en de ‘pratende’ vogels.

Oceaangevoel
Het is ondertussen al ruim halverwege onze charterweek, dus we moeten langzaam terug naar ons startpunt Angre. Dat doen we via Graciosa, daar willen we een dag langer doorbrengen om meer van het eiland te zien. Het is ongeveer 70 mijl en zodra je om de hoek van Sao Jorge gaat en koers zet naar Graciosa gaat de diepte naar een paar duizend meter. Vooral als het de dagen daarvoor goed gewaaid heeft, is een swel van een paar meter niet bijzonder. Dat is even wennen, maar niet oncomfortabel, de groep van De Zeezeilers is nu echt ingeslingerd.
Het mooie van op de oceaan varen is dat je het weer om je heen ziet ontwikkelen. Hoe buien ontstaan en langs je heen trekken of juist niet, en je een tactiek bedenkt hoe de bui (met windvlagen) te omzeilen zonder te veel om te varen. Het weer was vergelijkbaar met de heenweg naar Horta, alleen nu waren we beter in staat het weer te interpreteren. Om de aanloop iets spannender en navigatietechnisch interessanter te maken, varen we dicht onder het eiland door en tussen de rotsen van Ilhéu do Baixo. Interessant om de valwinden mee te maken, het venturi-effect in de spleet tussen land en rots en de stroming die toeneemt.
In Vila da Praia komen we laat aan, maar wel vroeg genoeg om in de laatste bar die nog open is een biertje te drinken met de lokale arbeiders en ondernemers. Toma Lá Dá Cá (Neem het, geef het) krijgt op Tripadvisor geen hoger rating, maar voor een paar euro heb je wel een hamburger en voor de prijs van een biertje kan je rustig de hele kroeg een rondje geven. Dat gebeurde dan ook veelvuldig. We vertrokken naar de boot nadat we iedereen bezworen hadden dat we in Nederland iedereen zouden vertellen dat Graciosa het mooiste eiland was. Bij deze dus.
De volgende dag kon onze tour van Graciosa beginnen. Opgepropt in de huurauto reden we eerst naar Santa Cruz de hoofdstad van het eiland, bekend om de grote waterbekkens midden in de stad, die waren helaas drooggelegd. Niet ver daar vandaan zou de nieuwe marina moeten komen. Hoewel die in de nieuwe toeristische folders al is ingetekend, zien wij hier alleen rollende brekers en grove gestolde lavablokken. Er moet nog een hoop gebeuren voordat hier de eerste schepen aanleggen. Dan maar naar de thermale bronnen van Carapacho. Het geluk was niet met ons. De spa was in onderhoud, dus we moesten het doen met een kijkje door de ramen van het fraai betegelde badhuis en de buitenbaden in zee, waar het wemelde van de Portugese oorlogsschepen (bijzondere kwallen, red).
Meer geluk hadden bij het bezichtigen van de Furna do Enxofre, letterlijk vertaald: de zwavelgrot. Een van de vulkanen op het eiland is te bezichtigen, dat wil zeggen als het zwavelgehalte in de grot niet te hoog is. Een drassig weggetje voert je langs schitterende orchideeën, waarna je via een gemetselde trap van 183 treden verder afdaalt in de krater van de vulkaan. Op diepste punt ben je ongeveer 20 meter beneden zeeniveau, in de buik van het eiland, en borrelt modder met zwavelgeur je tegemoet. Dit is een niet actieve vulkaan, maar het voelt anders. Iedereen wordt hier stil van.
Onze laatste tocht bracht ons terug naar de Baai van de Heldenmoed op Terceira. Na een week zeilen tussen deze vulkanische eilanden en vooral contact met de authentieke Azoriaanse cultuur, voelt Angra do Heroismo aan als een wereldstad. We lopen langs de Igreja da Misericordia, een imposante knalblauwe kerk naast de ingang van de haven. In de smalle stegen tegen de helling waar de stad op is gebouwd staan aan weerszijden rijk versierde gebouwen in renaissance architectuur. Angra was in de 15de eeuw de belangrijkste stopover voor schepen op de routes tussen Amerika en Europa. De stad werd een belangrijk handelscentrum en die rijkdom zie je terug in de vele paleizen die de Portugese adel liet bouwen. Alsof nu pas tot ons doordringt waarom de stad al in 1983 door de UNESCO tot werelderfgoed is benoemd.
We gaan nog één keer douchen in de jachtclub en trakteren onszelf op een goed diner met nog een keer uitzicht op de baai en de mid-Atlantische oceaan. Het is goed om te weten je geen duizenden mijlen hoeft te varen of helse stormen hoeft te trotseren om de Azoren te bezoeken. Maar als je het op de gentleman’s manier doet, dan heeft het wel iets om je reis te beginnen in de Baai van de Heldenmoed.
Jules Bänffer is initiatiefnemer van Zeilhelden en instructeur bij de Zeezeilers.

Charteren op de Azoren
De meeste zeilers die de Azoren bezoeken doen dat op eigen kiel en zien de eilanden als een verplichte stop op weg naar de overkant. Al heb ik gemerkt dat, mogelijk door corona, er ook een grote groep zeilers is die maanden of een jaar verblijven en cruisen op de Azoren. Om een boot te charteren zijn er maar beperkte mogelijkheden. En meer nog dan bij het charteren van een boot op de Middellandse Zee geldt hier dat je te maken hebt met serieus oceaan zeilen, waar je boot voor uitgerust moet zijn. De boot die wij hadden had binnenin nogal wat niet zeewaardig hang- en sluitwerk, een kajuittafel die spontaan loskwam van de vloer, een erg onderbemeten anker met slechts 30 meter ankerketting en standaard geen bijboot. Aandachtspunten dus, maar ook een goede oefening voor de deelnemers van De Zeezeilers. Vooral de swell en de lavarotsbodem zijn geen goede condities voor een rustige nacht. Dat is ook de reden dat ze op de Azoren niet doen aan rijen dik aan de kade liggen. Er zijn vaak wel ankerboeien (moorings) en zelfs in de de kleinere havens is er meestal wel plek. Volgens de pilot is Horta de meest geschikte plek om te ankeren.
Qua kosten vallen het eten, foerageren en de havengelden op de eilanden erg mee. De prijzen zijn lager dan in Nederland en het havengeld (Graciosa: geen havengeld, Horta: 11 euro, Sao Jorge: 14 euro) is een fractie van wat je in de rest van Europa betaalt.
Naast zeilers trekken de eilanden vooral wandelaars en vogelaars aan. Op alle eilanden zijn goed aangegeven wandelroutes te vinden (de mooiste plekken zijn soms alleen te voet te bereiken) en voor vogelliefhebbers zijn er soorten te spotten die je op weinig andere plaatsen in Europa tegenkomt.
Als hoogtepunt van de reis heb ik Sao Jorge ervaren, de rust, de natuur, de gave haven tussen de tientallen meters hoge kliffen en de ‘pratende’ vogels die de zonsondergang begeleiden. Wat mij tegenviel was Horta dat op mij iets te plat toeristisch overkwam.





